EEN PILOT DIE LIET ZIEN WAT ER AL KAN EN WAAR NOG LESSEN LIGGEN.

In het hart van de Rotterdamse binnenstad voerden Eneco en Nijkamp een bijzondere pilot uit: een warmtenetvervanging die zoveel mogelijk emissieloos moest worden uitgevoerd. Midden in een drukke straat, omringd door horeca, winkels en bewoners, werd zichtbaar wat emissieloos werken in zo’n stedelijke omgeving écht vraagt. Het project liet zien wat er al mogelijk is en waar de uitdagingen nog liggen.

EEN AMBITIE UIT DE STAD, EEN KANS VOOR DE SECTOR.

De gemeente Rotterdam heeft de ambitie uitgesproken om in het centrum zoveel mogelijk emissieloos te gaan bouwen. Voor Eneco betekende dat een belangrijke vraag: wat vraagt dat in de praktijk van warmtenetwerkzaamheden?

Frank Zuiderwijk, Coördinator Overleg Overheden bij Eneco, licht toe: “Om te weten wat die ambitie betekent voor onze projecten, moesten we het vooral eerst gaan dóen. Daarom hebben we samen met Nijkamp deze pilot opgezet.”

Samen met Nijkamp werd gezocht naar een aanpak waarin de dagelijkse uitvoering en de ruimte voor experiment hand in hand konden gaan.

FRANK ZUIDERWIJK ENECO

“EEN MACHINIST DIE AL DERTIG JAAR DIESEL VOELT EN HOORT, MOET INEENS ZONDER DIE VERTROUWDE SIGNALEN WERKEN.”

NIEK KASTELIJNS NIJKAMP

SAMEN PROEF OP DE SOM.

De pilot werd aangevlogen als een gezamenlijk leerproject. “We zijn begonnen met brainstormsessies,” vertelt Niek Kastelijns, projectleider bij Nijkamp. “Wat kan er al elektrisch? Waar lopen we mogelijk tegenaan? En hoe richt je zo’n bouwplaats veilig en werkbaar in zonder diesel?”

Nijkamp onderzocht welk materieel beschikbaar was, testte alternatieven en stemde alles af met leveranciers. Eneco gaf de ruimte om te experimenteren, mét de voorwaarde dat het werk binnen de reguliere uitvoeringsplanning moest blijven.

“Dat was het bijzondere aan deze pilot,” vertelt Frank. “We wilden leren en experimenteren, maar het werk mocht natuurlijk niet stilvallen. En toch hebben we het hele project binnen hetzelfde tijdbestek uitgevoerd. Geen vertraging, terwijl we tussendoor volop hebben getest. Dat laat zien dat het kán.”

EEN STILLE BOUWPLAATS MIDDEN IN DE STAD.

Voor ondernemers en bewoners was het verschil meteen merkbaar. Tijn, assistent-bedrijfsleider van Dudok (Brasserie) en bewoner boven de zaak, maakte de vorige openbreking van de straat ook mee. “Bij eerdere werkzaamheden was het behoorlijk luid,” vertelt hij. “Je had de hele dag door geluid om je heen. Dit keer viel het me op dat het veel rustiger was.” Ook de pomp, die bij vergelijkbare projecten continu te horen is, bleef nu grotendeels op de achtergrond. “Die pomp draait dag en nacht. Nu merkte ik er eigenlijk weinig van.”

Voor een plek waar bewoners, horeca, winkels en verkeer elkaar voortdurend kruisen, is dat winst die je niet in cijfers uitdrukt, maar in leefbaarheid.

TIJN SIEBENLIST DUDOK ROTTERDAM

“DIE POMP DRAAIT DAG EN NACHT. NU MERKTE IK ER EIGENLIJK WEINIG VAN.”

AANPASSEN, PROBEREN, LEREN.

Niet alles liep vanzelf. Bij het zwaardere werk bleek het beschikbare elektrische materieel soms nog onvoldoende kracht te hebben. “Veel kleine tools werken prima,” zegt Niek. “Maar bij het doorhalen van leidingen kwamen we bijvoorbeeld vermogen tekort. Dan merk je de grenzen van wat er nu is.” Daarnaast vroeg het elektrisch werken om een andere manier van inschatten. Een stille graafmachine voelt anders aan dan diesel.“Een machinist die al dertig jaar diesel voelt en hoort, moet ineens zonder die vertrouwde signalen werken,” legt Niek uit. “Dat is even zoeken.”

Daarbovenop kwamen nieuwe vragen over continuïteit en veiligheid. Elektrisch materieel maakt een project meer afhankelijk van stroom. Frank benoemt het risico: “Als een laadpaal uitvalt en je pomp stopt, staat je put onder water. Dat moet je vooraf meenemen.”

Toch sloeg de initiële terughoudendheid buiten snel om.“Toen ze zagen dat de machines een hele dag meegingen en prettig werkten, verdween de weerstand,” zegt Niek. “De lessen die we hier hebben opgedaan, nemen we nu al mee naar andere projecten.”

VOOR ONDERNEMERS GAAT HET OM BEREIKBAARHEID, EN BEGRIP.

Dat de werkzaamheden midden in een horecastraat plaatsvonden, bracht extra uitdagingen met zich mee. Terrassen versmald, afval dat niet op de normale plek kon worden afgevoerd. Toch bleef de sfeer goed, vertelt Tijn.

“Vanaf het begin kwam Nijkamp netjes binnen om uit te leggen wat ze gingen doen en er was altijd een nummer dat we konden bellen.” Ondanks de hinder kozen de ondernemers voor een nuchtere, Rotterdamse benadering. Dudok hing banners met “Dudok aan het strand” op de bouwhekken, een knipoog naar de zandput voor de deur.

“Dat is een beetje hoe we het hier doen,” lacht Tijn. “We zijn met die banners ook langs de wijnbar gegaan: willen jullie meedoen? Dat werkt meteen verbindend.”

LESSEN VOOR MORGEN.

De pilot maakte duidelijk wat emissieloos werken in de binnenstad vraagt: technisch, organisatorisch en in samenwerking. Frank verwoordt het als volgt: “Je moet rekening houden met nieuwe risico’s. Een elektrische storing betekent meteen impact. Maar als je daar vooraf over nadenkt, kun je grote stappen zetten.”

Ondertussen blijkt dat veel winst te behalen is met relatief eenvoudige maatregelen: elektrische pompen, accupacks voor keten en verlichting en verwarming zonder aggregaat. Ze reduceren geluid, voorkomen uitstoot en beperken hinder voor de omgeving. Niek ziet dat deze elementen inmiddels ook op andere projecten worden ingezet.

Tegelijkertijd is er nog ontwikkeling nodig in zwaarder elektrisch materieel, betrouwbare stroomvoorzieningen en minder afhankelijkheid van externe laadpunten. Eneco onderzoekt die punten verder; Nijkamp past de eerdere ervaringen toe.

SAMEN VOORUIT.

De pilot bevestigde vooral dat emissieloos werken haalbaar is wanneer opdrachtgever en aannemer dezelfde richting op bewegen. “We zijn niet bij ideeën gebleven, we hebben het gewoon gedaan en samen al minstens 47 ton CO₂ uit de lucht gehouden.” zegt Niek.

Ook de omgeving kijkt met vertrouwen vooruit. Tijn: “Mochten hier nog een keer werkzaamheden plaatsvinden, dan komt het ook goed. Uiteindelijk heeft iedereen er profijt van!”

De Westewagenstraat liet zien hoe technische innovatie, samenwerking en een open houding een drukke stad schoner en stiller kunnen maken. Een stap die duidelijk maakt waar de toekomst van bouwen in de binnenstad naartoe beweegt.